Risicobereidheid; bent u het eens met het beleid?

Datum

19 oktober 2015

Inleiding

De laatste jaren houden we u via rondschrijvens (ieder kwartaal) op de hoogte van vooral de financiële ontwikkelingen binnen SPE. Middels het jaarverslag van SPE, dat voor iedereen ter inzage ligt, heeft u inzicht in het beleid van SPE en legt het bestuur verantwoording af.

Vanaf het jaar 2008, het begin van de financiële crisis, zijn veel pensioenfondsen (ook SPE) in zwaar weer terecht gekomen. Veel pensioenfondsen hebben kortingen moeten doorvoeren om de financiële positie van het fonds weer gezond te maken. Dit was ook het geval bij SPE.

De Nederlandse Bank (DNB) bepaalt hoe een pensioenfonds bezittingen, schulden en verplichtingen moet waarderen. Dit wordt het FTK (Financieel Toetsings Kader) genoemd. Deze regels zijn per 1 januari 2015 aanzienlijk aangepast en verzwaard.

DNB eist van pensioenfondsen dat ze onderzoeken of het beleid en de ambities van het fonds op elkaar aansluiten. Tevens vraagt DNB de pensioenfondsen te onderzoeken in hoeverre de deelnemers en gepensioneerden het beleggingsbeleid van het fonds ondersteunen.

In dat kader hebben wij een voorgeschreven haalbaarheidstoets uitgevoerd. Hierbij wordt onderzocht in hoeverre beleid en ambities van het pensioenfonds elkaar ondersteunen. Het beleggingsbeleid (hoeveel risico wil het fonds lopen) is daar een onderdeel van.

Hierna gaan wij in op de resultaten van deze toets. We gebruiken de volgende indeling:

  1. Huidige financiële positie van SPE
  2. Ambities, risicoprofiel, beleggingsbeleid en premiebeleid
  3. Resultaten haalbaarheidstoets
  4. Risicobereidheid
  5. Conclusies
  6. Feedback

Wij beseffen dat hetgeen nu volgt geen gemakkelijke materie is en wij hebben dan ook geprobeerd om het zo eenvoudig mogelijk te beschrijven. Tot slot vragen wij u om feedback.

Als bestuur zijn wij altijd bereid in mondelinge sessies extra toelichting te geven.

1. Huidige financiële positie van SPE

SPE wordt gezien als een klein pensioenfonds.

  • De marktwaarde van de beleggingen (denk aan aandelen, obligaties, bedrijfsleningen) bedroeg eind september 2015 € 183,6 miljoen.
  • De verplichtingen, ofwel de contante waarde van de in de toekomst te betalen pensioenen, was eind september 2015 € 185,0 miljoen.
  • De ontvangen premies groot circa € 6 miljoen zijn aanzienlijk hoger dan de uitkeringen van in totaal circa € 3,5 miljoen. De positieve kasstroom neemt in de komende 20 jaar geleidelijk af.

De financiële gezondheid van een pensioenfonds wordt afgemeten aan de Dekkingsgraad (hierna DG). Dit is de verhouding tussen de waarde van de beleggingen van SPE en haar verplichtingen. De DG eind september 2015 was 99,2%. Deze 99.2% is gelijk aan het gemiddelde van alle pensioenfondsen in Nederland.

De rekenregels voor het waarderen van de beleggingen en de verplichtingen worden bepaald door DNB. Tevens heeft DNB bepaald dat het fonds moet beschikken over buffers.
De hoogte van deze buffers is vooral afhankelijk van het risicoprofiel van de beleggingen. Hoe meer risico het pensioenfonds bij beleggingen neemt, hoe hoger de noodzakelijke buffers.

Per 1 januari 2015 zijn de rekenregels verzwaard. Op basis van de oude regels sloot SPE het boekjaar 2014 af met een DG van 107,7%. Op basis van de vanaf 2015 geldende regels was de DG per 1 januari 2015 103,0%. Medio juli zijn de rente-eisen door DNB verder verzwaard. De dekkingsgraad heeft zich in 2015 als volgt ontwikkeld:

DatumDG
31 december 2014107,7%
1 januari 2015103,0% (invoering nieuwe regels)
31 maart101,8% (daling vooral door daling rente)
30 juni106,1% (toename vooral door hogere rente en hogere aandelenkoersen)
31 juli103,2% (daling vooral het gevolg van zwaardere rente-eisen van DNB)
31 augustus101,1% (daling vooral door lagere aandelenkoersen)
30 september99,2% (daling vooral door lagere rente en lagere aandelenkoersen)

Vanwege de door DNB vereiste buffers komt de minimale DG voor SPE uit op 104,3%.
DNB vindt de DG pas echt gezond als deze boven de 116,3% komt.
Op 30 september voldoet SPE aan geen van beide.

Op basis van de rekenregels mag SPE pas gaan indexeren als de DG groter is dan 110%. Volledige indexatie kan pas wanneer de DG boven de 129% uitkomt. Tussen de 110% en 129% mag naar rato worden geïndexeerd. Zoals bij veel pensioenfondsen is de financiële positie van SPE nu zorgelijk. Indexatie van de aanspraken zit er voorlopig niet in.

Met betrekking tot de premie voor het toekennen van nieuwe aanspraken ontvangt SPE 13% van de salarissom van de werkgever en 5% van de pensioengrondslag (is ± 3% van de salarissom)van de werknemer/deelnemer. In totaal dus ongeveer 16% van het pensioensalaris.

Tot op heden is de premie , ondanks de lage rentestand, voldoende om de jaarlijkse toezegging van de nieuwe aanspraken te financieren. Wanneer de voor SPE geldende gemiddelde rekenrente voor het berekenen van de verplichtingen onder 2,2% komt, zal de premie echter onvoldoende zijn om de volledige 1,75% jaarlijkse pensioenopbouw te financieren.

2. Ambities, risicoprofiel, beleggingsbeleid en premiebeleid

De ambities van SPE zijn ondanks de nieuwe en zwaardere rekenregels niet gewijzigd. En blijven:

  1. Jaarlijks volledige opbouw van toegezegde nieuwe aanspraken.
  2. Geen kortingen op de opgebouwde pensioenafspraken en pensioenen.
  3. Indexatie tot gemiddeld 75% van de inflatie.
  4. Een relatief voorzichtig beleggingsbeleid. Voor SPE is dat 70% van de beleggingen in obligaties en leningen (vastrentende waarden) en 30% in aandelen. Het renterisico wordt voor 50% afgedekt.

Ad 1) Kan alleen worden nagekomen als de te ontvangen jaarlijkse premie voldoende is.

Ad 2) Is afhankelijk van het resultaat op de beleggingen, de ontwikkeling van de rente en de levensverwachtingen.

Ad 3) Voor 100% indexatie zal de DG hoger dan 129% moeten zijn. Dat kan nog jaren duren en kan alleen snel gaan als de gemiddelde rente met meer dan 2% toeneemt.

Ad 4) In vergelijking met andere pensioenfondsen is het beleggingsbeleid van SPE voorzichtig. Het risicoprofiel verhogen (bijvoorbeeld meer aandelen) kan tot hogere, maar ook tot lagere resultaten leiden. De noodzakelijke buffers moeten dan ook weer hoger zijn.

SPE is nu in de situatie dat, wanneer de rente met 1% stijgt, de DG met ongeveer 10% zal toenemen. Andersom geldt ook, bij daling neemt de DG af. Zoals ook bij bijna alle andere pensioenfondsen zal een toename van de rente de DG verbeteren. Op de lange duur is dit wat wij als bestuur verwachten.

3. Resultaten haalbaarheidstoets

In voorgaande jaren hebben we als bestuur natuurlijk ook onderzoek gedaan om te beoordelen of onze doelstellingen en ons beleid realistisch zijn.

Bij de haalbaarheidstoets worden duizenden scenario’s (goede en slechte) doorgerekend. Hierbij moet men denken aan hoge en lage rentes en hoge en lage beleggingsresultaten.

DNB introduceert hier ook een nieuwe term, namelijk ‘het verwachte pensioenresultaat’. Binnen ERIKS zouden we dit een KPI noemen.

‘Het verwachte pensioenresultaat’ geeft aan hoe groot de kans is dat de huidige deelnemers de volledige opbouw en de volledige indexatie (100% van de prijsinflatie) ontvangen.

Tevens wordt beoordeeld in hoeverre het premiebeleid realistisch en haalbaar is en of het fonds over voldoende herstelcapaciteit beschikt.

Dit wordt allemaal berekend op basis van het huidige beleggingsbeleid met het daaraan gerelateerde risicoprofiel.

De uitkomsten van de haalbaarheidstoets 2015 zijn voor SPE als volgt:

  • Er is voldoende herstelvermogen. Dit betekent dat SPE in 6 tot 8 jaar de vereiste DG van 116,3% kan halen.
  • De DG ligt nu net onder de 100%. Bij slecht weer scenario’s is de kans op verlagen van de aanspraken op de korte termijn het grootst.
  • De scenario’s gaan over een periode van 60 jaar. Bij het gemiddelde van alle scenario’s is de DG na 60 jaar ruim 190%. Echter, is het mogelijk om 60 jaar vooruit te kijken?
  • Met als uitgangspunt, voor de berekeningen, de financiële positie per 1 januari 2015 is het gemiddelde pensioenresultaat 88%. Dit komt neer op bijna een gemiddelde indexatie van 70% van de prijsinflatie. In een grafiek is het pensioenresultaat ook per leeftijds-categorie zichtbaar gemaakt. Zie grafiek op laatste pagina.
  • Bij de slecht weer scenario’s (5% van de gevallen) komt het gemiddelde pensioenresultaat uit op circa 64%. Of te wel 28% lager dan eerdergenoemde 88%.
  • De te ontvangen premie is in bijna alle scenario’s voldoende om 100% van de jaarlijkse aanspraken op te bouwen.

Als bestuur zijn we meer dan tevreden met deze resultaten. Het geeft een bevestiging dat onze ambities en ons beleid op elkaar aansluiten. Ook het risicoprofiel en het beleggingsbeleid behoeven niet te worden aangepast.

De resultaten van de toets zijn besproken binnen het bestuur, maar ook met de werkgever, de OR en het Verantwoordingsorgaan. Allen komen tot de conclusie dat de ambities realistisch zijn en dat het huidige beleid kan worden voortgezet.

4. Risicobereidheid

Zoals eerder in deze notitie gemeld, is het beleggingsbeleid van SPE in vergelijking met ander pensioenfondsen voorzichtig. Een verhoging van het risicoprofiel geeft een kans op hogere, maar ook op lagere beleggingsresultaten. Daarenboven eist DNB bij meer risico hogere buffers.

De haalbaarheidstoets toont aan dat SPE haar doelstellingen bij het huidige beleid kan nakomen. Het bestuur van SPE stelt dan ook voor om het huidige beleggingsbeleid te continueren.

5. Conclusies

Uit het voorgaande kunnen we de volgende conclusies trekken:

  • Zoals bij veel andere pensioenfondsen is de DG van SPE nu rond de 100%.
  • De DG is lager dan de door DNB voorgeschreven buffergrenzen van 104,3% en 116,3%.
  • De haalbaarheidstoets toont aan dat ambities en beleid op elkaar aansluiten en haalbaar zijn.
  • Er is geen reden om het beleggingsbeleid te wijzigen. Het huidige risicoprofiel geeft naar de toekomst voldoende zekerheid omtrent de opbrengsten en om dus de ambities waar te kunnen maken.
  • Bij de huidige rente is de kans op indexatie voor de komende 5 à 6 jaar onwaarschijnlijk.

6. Feed back

Wij hebben de verwachting dat u, samen met de werkgever en de OR, het eens bent met de conclusies en het gekozen risicoprofiel. Mocht u hierover een andere mening hebben, verzoeken wij dit voor eind november kenbaar te maken bij de pensioendesk, ter bespreking bij onze volgende bestuursvergadering.

Pensioenresultaat

  • Pensioenopbouw en gegeven indexatie afgezet tegen volledige opbouw en prijsinflatie
  • Gewogen gemiddelde van pensioenresultaat per geboortejaar op basis van aantal deelnemers per jaar
  • De oudere deelnemers hebben naar verwachting een korte horizon en hebben minder last van gemiste indexatie in beginjaren. Pensioenresultaat ligt dicht bij 100%

151019-pensioenfonds-brief-finaal-met-logo.jpg